Realisme en fantasie

Op CBS de Arke in Nij Beets geef ik drie beeldende lessen van een uur aan de leerlingen van groep 5/6 en 6/7. Collage en tekenen, realisme en fantasie.

De eerste les: fantasie

‘Wat gaan we doen?’ ‘Collages maken. Weet je wat dat is?’ ‘eh…ja, nee, niet precies…’

De jongste kinderen knippen grote vormen uit gekleurd papier. Ze bedenken waar hun vormen op lijken en maken het beeld daarna af met bijpassende vormen.

En echt, ik heb ze NIET de knipsels van Matisse laten zien!

De oudere kinderen bedenken woorden zoals ‘hoofdrol’ (een spiraal van hoofden), ‘Frieskist’ (een kist met Friese dingen), ‘voetbal’ (een bal van voeten). Met behulp van plaatjes uit tijdschriften visualiseren ze de dubbele betekenis van het woord.

Ik vraag ze wat ze de volgende les willen leren. De meesten willen wel dieren of mensen leren tekenen. het liefst ‘net echt’. Een meisje vraagt:

‘Gaat u ons écht mensen leren tekenen? En kan ik daarna dan ook een zelfportret maken?’

De tweede les: realisme

de ArkeWe gaan dieren tekenen. Een echt dier hebben we niet voorhanden, dus we zijn afhankelijk van foto’s om te kijken hoe het dier er precies uitziet.

De jongste groep start met twee plaatjes op het digibord. Ik heb een foto van een echte olifant en een foto van een roze olifant naast elkaar gezet. De roze olifant is een uit golfplaat gezaagd, plat beeld. Dan geef ik de kinderen de opdracht: zoek de verschillen. Hoewel de roze olifant een aantrekkelijke kleur en een fijne vorm heeft, geven de meeste kinderen de voorkeur aan de echte olifant. Ze zien daarin meer details, zoals de structuur van de huid, de tenen, de ogen, de schaduw achter het oor.

Aan de oudere groep vertoon ik de video Austin’s Butterfly. Ze kijken stil en geconcentreerd. Eigenlijk geloven ze niet dat een kind uit groep 3 zó goed kan tekenen. Ik merk op dat hij wel zes keer opnieuw is begonnen. Dat je niet in een uurtje ‘goed’ kunt leren tekenen, want dat je tekenen moet oefenen en bij elke keer iets kunt verbeteren. En ook… dat je elkaar kunt helpen kijken!

De laatste les: realisme en fantasie

We combineren collage en tekenen, realisme en fantasie.

De jongere kinderen laat ik de dieren van Eric Carle zien. Ze tekenen een ding, een dier of een mens, knippen deze uit, plakken hem op een contrasterende achtergrondkleur en bedenken er vervolgens een omgeving bij.

De oudere kinderen laat ik eerst ervaren dat hun spanwijdte dezelfde afmeting heeft als hun lengte. Dan laat ik een aantal afbeeldingen van knipsels van Matisse zien. Binnen een paar seconden zitten drie kinderen op de grond, de houding na te doen van ‘Nu bleu II‘.

Daarna knippen ze mensfiguurtjes uit papier en zetten deze in een houding door de ledematen bij de gewrichten te vouwen of los te knippen en en te verdraaien. Inmiddels zijn ze alweer vergeten hoe lang de armen en benen zijn ten opzichte van de romp. tenslotte krijgen de figuurtjes gezichtjes, haar, kleren en een omgeving.