Collages is geopend!

Nu te zien in Kunsthuis Secretarie in Meppel: de tentoonstelling Collages. Gastcurator is Hans Emmelkamp, die zelf collages maakt en, jawel, op dit moment ook exposeert in Kunstlokaal №8.

Het was een drukke, gezellige opening op zondag 15 april, met een woordje van Jan Willem Kok van stichting ArtPhy, muziek door Rudi Kaldenberg en Jan Bartlema en veel fijne gesprekken. De diversiteit van het medium collage komt in de tentoonstelling, hoewel niet heel groot, goed tot uitdrukking. Je kunt de tentoonstelling Collages nog bezoeken tot 8 juli, dus tijd genoeg.

Uit Van Dale:

moeder (de; v; meervoud: moeders)

  1. 1 – vrouw die één of meer kinderen heeft
  2. 2 – vrouw die als een moeder zorgt: Moeder Aarde, Moeder Natuur de aarde, de natuur (gezien als moeder)
  3. 3 – oorsprong, bron: de angst is de moeder van de nervositeit

Moederdag, moederen, moederkloek, moederland, moederliefde, moederschoot, moedertaal, moedervlek…

Op 13 mei zal ik een workshop collage geven voor mensen van 8 tot 88 jaar.

Verras jezelf en doe mee!

Materiaal: cadeaupapier, pakpapier, kranten, bakpapier, kastpapier, toiletpapier, keukenpapier, bedrukt papier uit boeken en tijdschriften, papieren zakjes en -tasjes, behangpapier, patroonpapier, vloeipapier en meer.

Thema: moeders.

Aanmelden kan via Kunsthuis Secretarie, telefoon 0522850644, e-mail info@kunsthuissecretarie.nl

Hoe een wassen beeld verloren gaat en in brons verandert

Bronsgieten op MIET-AIR

We gaan kijken bij het bronsgieten. Het bloemstuk van LindeStede en de Sint Franciscusschool  gaat vereeuwigd worden! Inmiddels is in de gipsen mal de was verbrand in de oven. Het bloemstuk bestaat dus niet meer. In de mal zit nu een ingewikkeld doolhof van holtes en kanalen, op de plaatsen waar eerst de was heeft gezeten. Wat er na het bronsgieten uit de mal zal komen, is nog een raadsel. Het kán mislukken.

Lees eerst wat vooraf ging.

De mal wordt voorbereid

Buiten onder het afdak wacht de gietkroes met brons in het vuur tot het heet genoeg is om te gaan gieten.
De grote mal van ons bloemstuk is heel zwaar. Met de heftruck tilt Loek hem voorzichtig uit de oven en rijdt hem naar de gietplaats. Daar moet al het gruis, dat in de mal gekomen is, er weer uit gezogen worden. Want waar gruis zit, kan geen brons komen.

Volle kroes, staat er op de bovenkant van de mal. Dat zou ongeveer 50 kilo brons moeten zijn. Dat is wel even wat zwaarder dan een volle gieter met 10 liter water!
In het grote gat in het midden zal het vloeibare brons gegoten worden, terwijl via de kleine gaatjes de lucht uit de holtes kan ontsnappen. Om de mal wordt plastic gewikkeld, om het risico op breken te verkleinen en het gietgat af te dichten tegen vuil.
Daarna wordt onze mal voorzichtig van de heftruck af geschoven en op een laag zand geplaatst, samen met enkele kleinere mallen, met ijzeren schotten eromheen. Ertussen komt ook zand, dat stevig wordt aangestampt. Ook al om het risico op breuk tijdens het gieten te beperken. Een flink aantal mensen helpt mee, ook hun werk zit in mallen die vandaag gegoten worden.

Het gieten kan beginnen

Voor het gieten moet je sterk zijn, want de kroes is zwaar, met 50 kilo vloeibare brons erin. De kroes gloeit, als hij met een tang uit het vuur wordt gehaald. Helemaal aan de overkant ruik ik het, en voel de warmte die het 1200 graden hete brons uitstraalt. Marcel krijgt beschermende kleding en na een korte instructie mag hij assisteren. Aan weerszijden houden Loek en een andere ervaren bronsgieter de gietkroes in evenwicht in een beugel aan lange stokken. Het brons lijkt vloeibaar vuur, als Loek de kroes kantelt en het brons rustig en precies in de mal giet. Zou het brons de weg weten in dat doolhof van holtes dat ons bloemstuk nu is, en alle ruimtes vullen?
Na onze mal is er nog wat brons in de kroes over voor de twee kleintjes. De grotere moeten wachten op de volgende gietbeurt. Het vloeibare brons koelt af van helder oranje naar rood en later naar groenig, en wordt hard. De mal straalt nog lang warmte uit.

Zou het gelukt zijn?

De volgende dag is het brons voldoende hard geworden om het beeld uit te kappen. Eerst wordt de buitenste laag gips eraf geklopt met de hamer. Omdat het bloemstuk te kwetsbaar is om er op te slaan, spuiten we de rest van de mal eraf met de hogedrukspuit.
Plotseling wordt er aan de buitenkant een bloem zichtbaar, en daarna zien we ze een voor een tevoorschijn komen. Het stuk brons dat het gietgat is geweest, kan er nu af worden gezaagd. De gietkanalen onder de onderplaat lijken wel boomwortels! Op sommige plaatsen zitten dunne bronzen tussenschotjes. Die zijn erin gekomen door kleine scheurtjes in de mal. Dat is normaal.

Het gips binnenin het beeld spoelt beetje bij beetje weg, tot er echt een bronzen bloemstuk tevoorschijn is gekomen! Bijna 50 kilo zwaar. Nat nog, met uitsteeksels waar het brons in de ontluchtingskanalen is gelopen. Maar wat is-ie mooi! Opgetogen vertrekken we, het beeld achterlatend voor de afwerking.

 

 

Intussen, bij de bronsgieter

bij de bronsgieter

Het bloemstuk van LindeStede en de Sint Franciscusschool is nu bij de bronsgieter, op MIET-AIR, in voorbereiding voor het brons. Dit voorbereiden blijkt veel meer werk te zijn dan ik dacht!

Verslagen uit de werkplaats

Elk kunstwerk is anders, dus eerst moet er goed worden nagedacht over de constructie van de aanvoerkanalen voor het brons en de ontluchtingskanalen.
De bronsgieter, Loek Hambeukers, is een zeer ervaren kunstenaar die vooral werkt in brons. Vanuit zijn werkplaats houdt hij ons op de hoogte met foto’s en verhalen.
Op de foto’s hieronder is te zien hoe hij de ontluchtingskanalen heeft aangebracht, in speciale, roodgekleurde was, zodat hij de structuur goed kan zien.

De giet- en ontluchtingskanalen zijn gemaakt, de mal wordt gegoten

Op de foto’s hier linksboven is het beeld te zien met de kanalen. Het staat klaar om de gipsmal te gieten. Daarnaast, op de foto rechtsboven, is de gips inmiddels om het beeld gegoten en hard geworden. Je ziet het beeld niet meer, want het zit nu in de gipsmal. De mal is ondersteboven gekeerd, zodat het piepschuim waarin we de stelen gestoken hebben, kan worden verwijderd.

Links onderaan zie je dan de schone onderkant, met de puntjes van de stelen. Aan de stelen komen de grote toevoerkanalen voor het brons. Op de foto middenonder zie je daarvan een begin. Op de foto rechtsonder zijn alle gietkanalen voor het brons aangebracht. In het vierkant is inmiddels ook een dunne laag was aangebracht voor de onderplaat. Het witte ‘bekertje’ bovenin zal het gat vormen waar later het brons in gegoten wordt. De rechtopstaande rode staafjes zijn de ontluchtingskanalen. Zonder deze zouden er tijdens het gieten luchtbellen in de mal komen, waardoor het brons niet alle plaatsen zou kunnen bereiken.
Vervolgens kan de mal worden afgemaakt met nog een laag gips erbovenop.

De gipsen mal met de was staat in de oven

Op de laatste foto’s staat onze mal in de oven. Samen met nog veel meer mallen, waarin werk zit van andere kunstenaars, wordt de oven gestookt. De temperatuur loopt in een paar dagen heel langzaam op naar 700 graden en koelt dan heel langzaam weer af. Door de hitte smelt de was eruit en brandt alles wat brandbaar is weg. Als de mal uit de oven komt, zit er een holle, ‘negatieve’ ruimte in waar de was gezeten heeft. Daarin zal het brons worden gegoten.

(Fotoverslag: Loek Hambeukers)

Geschikt voor LindeStede

bloemstuk

De bloemen zijn geschikt

De wassen bloemen die bewoners van LindeStede hebben gemaakt samen met leerlingen van groep 8 van de Sint Franciscusschool, zijn voorzichtig geschikt tot een speels boeket. Het is van alle zijden boeiend om naar te kijken, er is geen achterkant.

Op naar de bronsgieter

De bronsgieter zal er de komende weken een blijvend ruimtelijk stilleven van gaan maken.

Geschikt
Het bloemstilleven van was in acht aanzichten van negen foto’s.

Grijs, groen en gelukkig

grijs, groen en gelukkig - quatre-mains

Het thema van LindeStede in deze periode is ‘grijs, groen en gelukkig’. Er wordt onder andere gewerkt aan een beleeftuin op het terrein. Het project met de leerlingen van de Franciscusschool vindt ook plaats in het kader van dit thema.

De laatste keer

In een heerlijk ontspannen sfeer bouwden de duo’s van de laatste groep verder aan hun bloemen. Al doende kregen ze er meer handigheid in, de was raakte steeds sneller op en de bloemen groeiden tot pioenen en rozen, trossen veldbloemen en riddersporen met stevige stelen.

Voor de meeste bewoners was het een plezierige ontdekking, dat ze samen met de kinderen zo iets moois konden maken. Ze zijn er echt en met recht trots op. Een van de heren schreef: “het zijn allemaal sterren, hier aan tafel“; doelend op de kinderen. Een ander schreef: “ik vind het geweldig, wat ik heb gedaan“. Ook voor de kinderen was het genieten. Een meisje: “G. vond het hartstikke leuk om te doen, en vond het leuk om met mij te doen“. Een ander: “We hebben het super leuk gehad samen“.
Zij hadden allemaal weer een klein zelfgemaakt cadeautje voor de bewoners meegenomen, zo lief! Aan het eind van de ochtend brachten de kinderen hen  weer terug naar de afdeling en namen afscheid. Maar niet voor altijd.

Want we hebben groen licht voor de bronsgieter! Daarom konden we tegen alle deelnemers zeggen: “tot ziens bij de onthulling in mei”. Nu volgt een ander spannend proces: het samenstellen en vormgeven van het bloemstuk, het maken van de gipsmal en het daadwerkelijke gieten.
Ik ben erg benieuwd hoe het bloemstuk eruit komt te zien en wat de deelnemers ervan vinden, als ze het te zien krijgen. Ik hoop dat ze er ‘grijs, groen en gelukkig’ van worden, en vooral dat laatste.

grijs, groen en gelukkig
Dubbelportretten van de makers met hun bloemen

Lees ook mijn verslagen van de voorgaande activiteiten met ouderen en kinderen.

Onvermoede talenten in Lindestede

bloemtros - onvermoede talenten

Kinderen en bewoners van verpleegcentrum Lindestede in Wolvega maken samen bloemen van was. Iedereen doet dit voor het eerst, samen ontdekken ze materiaal, techniek en vorm. Het plezier en de voldoening delen ze. Er komen, extra verrassing, onvermoede talenten tevoorschijn.
Als alle bloemen klaar zijn, maken we er een boeket van. Het bloemstuk zal, in brons vereeuwigd, een permanente plaats krijgen in de nieuwe beleeftuin van het centrum.

Intussen zijn er al een heleboel bloemen gemaakt, de twee voorgaande groepen hebben flink hun best gedaan, terwijl ze genoten van elkaars gezelschap en de nieuwe ervaring.

De eerste keer voor de derde groep

De derde en laatste groep is aan de beurt. Op tafel staan kleurige boeketten, er liggen tuinbladen en flora’s en voor elk duo ligt er er een placemat klaar met wat boetseerwas en een takje  Acht nieuwe leerlingen vormen duo’s met acht nieuwe bewoners, deze keer hoofdzakelijk mannen, niet allemaal zo oud, wel met geheugenproblemen.

De sfeer is heel anders dan met de vorige bewoners, die bijna allemaal hoogbejaard zijn. Het vormen met was is ook in deze groep een flinke uitdaging. Eerst een plukje was warm maken in de handpalm, dan rustig kneden tot het zacht genoeg is om te verwerken. Een beginnetje maken door een bolletje goed aan de tak te kneden. Daaraan vast de bloemblaadjes. Rozen zijn favoriet. ‘Roosje m’n Roosje, dat is een liedje’. Ik stimuleer ze om de plaatjes en de bloemen op tafel te gebruiken als inspiratiebron en als houvast, maar niet als dwingend voorbeeld, zodat de eigen fantasie een kans krijgt. De kinderen nemen veelal het voortouw, maar de bewoners laten zich ook niet onbetuigd. Meeldraden ‘voor het stuifmeel’, een stamper in het midden en bladeren langs de steel ‘dat is wel uniek, hè?’ en soms doornen.

Beeldende en verbale talenten

J. zat eigenlijk klaar om te gaan vissen, maar er lag nog een restje ijs op de vijver, dus dat ging niet door. Hij gaat zitten, pakt wat onwennig een stukje was en probeert een plat klaverblad. Daar kijkt hij een tijdje tevreden naar. Dan buigt hij de hoeken om en er ontstaat een ruimtelijke vorm. Hij krijgt er lol in, ontdekt opgetogen dat hij dit goed kan. Blaadje voor blaadje bouwt hij zorgvuldig op tot hij een grote tros heeft gecreëerd, langs de hele lengte van de tak die als steel dient. Tegelijkertijd maakt hij grapjes met A, de leerlinge naast hem.
Meneer B. kwam moeilijk uit bed, maar eenmaal gearriveerd geniet hij zichtbaar en omkleedt alle gebeurtenissen met prachtige, bloemrijke formuleringen. Hij zou de bloem (‘een rode roos’) het liefst op het graf van zijn vrouw leggen om dit met haar te delen. We vinden vast wel tijd om een extra bloem voor haar te maken.

Het is een levendige ochtend. De leerlingen gaan, vol van deze nieuwe ervaring, druk napratend op weg naar school. Volgende week de laatste keer alweer…

Ouderen en kinderen boetseren samen (deel twee)

ouderen en kinderen boetseren samen - deel twee

Verse bloemen van nieuwe duo’s.

Vandaag begonnen acht nieuwe kinderen uit groep 8 van de Sint Franciscusschool samen met acht nieuwe bewoners van Lindestede aan verse bloemen van was. Voor deze groep was alles weer nieuw. Waar nodig heb ik ze per duo laten zien hoe je de was kunt kneden en vormen.
Daarna wilden ze weten hoe je de bloem aan een tak vastmaakt. Door eerst een bolletje op de tak vast te  maken krijg je een knop of een bloemhoofdje, waarna je er de bloemblaadjes omheen kunt vormen. Wel goed aansmeren, anders vallen ze er weer af!

“Dit heb ik nog nóóit gedaan!”

De kinderen maken heel wat mee. De ouderen wonen niet voor niets in een verpleeginstelling. Sommigen hebben een herseninfarct gehad of zijn aan een rolstoel gebonden. Anderen zijn dementerend. Voor een van de dames was het wel érg nieuw allemaal: “dit heb ik nog nóóit gedaan, bleef ze elke paar minuten herhalen. De jongen naast haar verzekerde haar elke keer opnieuw, op een even verraste toon,  dat het voor hem óók pas de eerste keer was. “Hij is een heel goede leraar, hoor”, complimenteerde ze hem tegenover mij. Intussen hadden ze samen dikke pret.

Niet alle ouderen kunnen hun beide handen goed gebruiken. De kinderen zijn dan ‘de handen’, maar de beslissingen nemen ze samen. Er was ook een dame met afasie bij. Toch was er goed contact, want het kind naast haar vroeg haar van alles en dan knikte ze of wees ze het aan.
Ik ben erg onder de indruk van de opgewekte houding van de ouderen en de vanzelfsprekende toewijding van de kinderen tijdens het samenwerken.

Het prettige van was is, dat het soepel werkt, niet uitdroogt en niet hard wordt. Als iets mislukt kun je gewoon opnieuw beginnen. Maar dat is tevens een nadeel, want boetseerwas die te warm wordt, wordt te zacht. Het gaat aan de handen kleven en blijft niet goed in vorm. Het is behoorlijk warm in het verpleeghuis, daarom leggen we de werkstukken heel voorzichtig weg tot de volgende week. Als ze af zijn bewaren we ze zolang op een koele plaats.

De laatste hand

Een week later maken de duo’s hun werk af. De bewoners en de kinderen leren elkaar steeds beter kennen, de sfeer is vertrouwelijker. Als de bloemen af zijn, gaan de makers samen op de foto. Je ziet de trots.

Afscheid

De leerlingen brengen de bewoners naar hun kamer en nemen afscheid. Dat is weer een emotioneel moment. En ook heel warm: de leerlingen geven ‘hun’ oudere een klein zelfgemaakt cadeautje. Een van de oudste bewoners heeft een bijzondere verrassing voor de jonge gasten: iedereen mag een paar zelfgebreide sloffen uitzoeken!

Ouderen en kinderen boetseren samen

Dat is heel bijzonder om mee te maken. Wat zou ik het geweldig vinden als we deze ervaring een beetje vast kunnen houden en we alle bloemen samen tot een blijvend aandenken in brons kunnen laten gieten!

bloemen groep 1 en 2 Lindestede
De bloemen van de eerste en tweede groep

Hoe kinderen en ouderen samen ervaringen boetseren

Groen, grijs en gelukkig

Dit is het thema voor het project*, waarin kinderen en ouderen samen boetseren aan bloemen van was in de activiteitenruimte van Lindestede. Op deze manier komen ze heel dicht bij elkaar. Letterlijk raken de handen elkaar. Ook moeten ze hun voorkeuren bespreken. In overleg bedenken ze oplossingen om de bloem in was te verbeelden: “Dit vind ik wel mooi, maar ik weet natuurlijk niet hoe jij erover denkt.” “O, maar ik vind álles leuk hoor, zullen we het zo doen?”

Tijdens deze tweede bijeenkomst (lees ook mijn vorige bericht) maken ze hun bloemen af. Er komt nog een zijtakje met een bloem bij, of de steel wordt voorzien van blaadjes en – soms – doorns. Alle losse delen moeten goed worden aangesmeerd.

De manier waarop ze samenwerken is heel persoonlijk. Terwijl het ene koppel eensgezind aan een bloemblaadje frunnikt, verdeelt het andere koppel de taken. Soms vraagt het kind wat de oudere wil, en voert het dan uit: “Hij heeft er wel kijk op”. Of: “Handenarbeid, dat hadden wij vroeger niet op school. Daar heb ik dan ook totaal geen ervaring mee.” En een ander: “Dit is nieuw voor mij. Ik hoefde nooit te werken, want ik was controleur van beroep”.

Een blijvende ervaring

De kinderen zijn heel toegewijd, Ze vinden het belangrijk om te ervaren “dat ouderen nog heel veel kunnen en willen”, ook al wonen ze in een verpleeginstelling. Als de bloemen klaar zijn, gaan ze samen op de foto. Daarna noteren ze wat ze gemaakt hebben en hoe ze het vonden om samen te werken. Hun namen gaan eronder. Een enkele oudere ondertekent met de voornaam.

De bloemen zijn prachtig! Hoewel een van de oudere heren niet zo te spreken is over de kleur…

We willen dit heel graag vasthouden in de vorm van een permanent aandenken. Daarom proberen we of we de bloemen, bij elkaar tot een bloemstuk gerangschikt, in brons kunnen laten gieten.

Aan het eind van de bijeenkomst brengen de kinderen de bewoners weer terug naar hun afdeling, en nemen afscheid. Want de twee keer zitten erop. En dat is best wel emotioneel. Maar op bezoek komen kan natuurlijk altijd!

Ik vind het heel bijzonder om dit proces te kunnen meemaken.

*Dit project is een idee van Marian Dirksma

Een bloeiend voorjaar in Lindestede

jong en oud boetseren samen

Het voorjaar is nog niet begonnen, hoewel… in de tuin staan de eerste groene sprietjes van de sneeuwklokjes al boven de grond. En we hebben gezien dat de dagen weer gaan lengen. Het voorjaar is toch al, heel pril, in aantocht.

Jong en oud boetseren samen verse bloemen van was

Dat kunnen we helemaal goed merken in Wolvega. Vanmorgen schiepen acht leerlingen uit groep 8 van de Sint Franciscusschool samen met acht bewoners van verpleeghuis Lindestede nieuwe bloeivormen van was.

Inspiratie

Op de tafel stonden vazen met bloemen als inspiratie. Er lagen tijdschriften vol bloeiende planten, evenals tuinboeken en flora’s. In tweetallen bekeken de leerlingen en de ouderen de plaatjes in de boeken, roken aan de bloemen en voelden hoe die in elkaar zaten. Intussen maakten ze kennis met elkaar.

‘Vroeger was een heel andere tijd’

De leerlingen en ouderen gingen met elkaar in gesprek terwijl ze samen aan de wasbloemen werkten. Met sommigen klikte het meteen, anderen hadden wat meer tijd nodig voordat er een gesprek op gang kwam. Een van de dames vertelde dat zij vroeger op school zulke dingen nooit deden:  ‘Dat was een heel andere tijd’. Ze voelde zich daardoor erg onhandig en liet het werk dan ook graag over aan de jongen naast haar. Een meneer maakte heel geconcentreerd gedetailleerde bloemen die allemaal plat waren, als viooltjes. En een tweetal boetseerde een bloem zó vol bloemblaadjes dat hij zwaar werd van de was.

Er zijn composiet-bloemen gemaakt, volle rozen en tere kelkjes. En wat was het gezellig en wat hebben ze genoten van elkaar en het boetseren! Volgende week vrijdag gaan ze verder.

In de Stellingwerver stond vanmiddag al een vrolijk bericht