Zomertijd

Tijd voor cultuur op school

In juni begon de zomer. Het vakantiegevoel was er al, dankzij de tropische temperaturen zo nu en dan. Met rekenen en taal waren ze wel klaar. Nu was het tijd voor spelen en maken, de verbeelding aan de macht!
tijd voor cultuur op school

Zes zomerse beeldende cultuurlessen

The Big Splash

Eben Haezer, groep 6. Eerder in het voorjaar heeft deze groep een attractiepark ontworpen met gekleurd karton. Nu drie keer een vrijdagmiddag met het schilderij The Big Splash van David Hockney als inspiratie. Wat gebeurt daar? Dat gaan we maken. Zwemmers in een zwembad.

Daar is nog wel wat voorbereiding voor nodig. Eerst meten de leerlingen elkaar op: wat zijn de verhoudingen van het menselijk lichaam? Waar zitten de gewrichten, de scharnieren? Die verhoudingen tekenen ze als een schematisch mensfiguurtje op een vouwblaadje. Daarna tekenen ze hun mensfiguurtje opnieuw, op stevig karton, en zetten ze getekende en geknipte mensfiguurtjes in actieve (zwem)houdingen, naar keuze in een plat vlak of driedimensionaal.

‘Juf, hoe moet een bommetje?’

De zwemmers krijgen een plaatsje in een zelfgemaakt zwembad en ja, er is ook een giftig groen bassin gemaakt met zombies en haaien.
Dikke pret als lijm heel geschikt blijkt om water weer te geven.

Eben Haezer groep 6 les 5 en 6

Drie bijzondere Tekenskoalle-klassen

De groep van Joland

In groep 2 gaf Tekenskoalle- cursist Joland een heerlijke les met ijs als thema en ik was erbij.
De kinderen zijn eerst bezig geweest met het verhaal De ijskraam van Jan en San. Nu improviseren Joland en ik een ijsverkoopster en haar klant. De ijsverkoopster noemt smaakjes en kleuren: geel voor citroen, roze voor aardbei, bruin voor chocolade: welke smaak wil jij? Het roze aardbeienijs of het groene perenijs? In een horentje of een bakje?
De leerlingen vouwen en tekenen een ijskraam met ijsbakken en ijsjes. Hoe kun je met oliepastel een ‘ijs-achtige’ kleur maken? Joland laat het zien: door er witte pastel overheen aan te brengen, kijk maar.

fotocollage

De groep van Wendy

Deze kinderen ken ik al twee jaar. Ik kom nu voor de zesde keer bij hun in de klas en heb gezien hoeveel vaardigheden ze zich al hebben eigengemaakt op tekengebied.
Schermafbeelding 2015-07-17 om 00.11.48

Op Wendy’s verzoek geef ik een les met een kunstwerk als inspiratiebron. Want wát doet een kunstenaar nou precies en hoe kunnen de kinderen daarvan leren? Ik haal langzaam een kunstwerk van Marcel uit mijn tas. Ik vraag: ‘wat zie je?’ De kinderen zien een dier en gereedschap tegelijk. De titel van het beeld? Niet zagen. Ís het een dier, of lijkt het er alleen maar op?

In het lokaal en op de gang zoeken de kinderen dingen die op iets anders lijken: een dier, een gezicht, een landschap. Ze maken een geheim lijstje met hun vondsten. We doen ik zie ik zie wat jij niet ziet om ook de kinderen die het moeilijk vinden op ideeën te brengen. ‘Ik zie een gezichtje’, ‘de zee’, ‘een krokodil’. Het stopcontact wordt snel geraden. De marmoleumvloer lijkt op de zee en een groene wasknijper op een krokodil.

Ieder kind kiest één ding van zijn lijstje om heel precies na te tekenen en daarna de tekening te veranderen in dat waar het voorwerp op lijkt. Voor groep vier een pittige opdracht, het laatste deel lukt veel kinderen dan ook niet precies volgens plan. Ze zijn heel geconcentreerd bezig met goed kijken en natekenen. Ze spelen al tekenend met overeenkomsten, oorzaak en gevolg, en humor: ‘Ik heb de kraan getekend, dat heb ik nog nóóit gedaan. Er komen hartjes uit in plaats van water’. Een jongen heeft nog een tip voor me:

‘deze opdracht moet je ook eens doen met juffen en meesters, want daar leren ze heel veel van!’

Aan het eind heeft Wendy een verrassing: de leerlingen krijgen de opdracht nóg een keer, maar nu met stoepkrijt op het schoolplein.

fotocollage

De groep van Aukje

Aukje is op kamp met groep 7-8. Het is de eerste avond. Dat vraagt om een actieve, fysieke, uitdagende en speelse tekenopdracht. Nee, we gaan zeker niet rustig onder een boom het landschap natekenen. We gaan in vier groepen het landschap veranderen door daarin reuzengrote vormen aan te brengen.
Eerst laat ik foto’s zien van land- art van o.a. Richard Long en Andy Goldsworthy en van de Nazca tekens in het Andesgebergte. Dan gaan we op weg naar de zandvlakte in Bakkeveen, gewapend met emmers waarin een tuinschepje, een touw en een snoeischaar zitten. En potlood en papier.
De opdracht staat op een A4tje. Het materiaal? Alles wat je kunt vinden zonder iets kapot te maken: zand, takken, dennenappels, bladeren.
En daar gaan ze los. Wij, de begeleiders, staan erbij en genieten.

Twee uur later, tegen zonsondergang:

‘moeten we nú al ophouden?’

Het resultaat is vier kunstwerken op de schaal van het landschap: twee spiraalvormen waarvan één abstract is uitgewerkt en één in een fantasievolle Turbo-slak is veranderd, een zandkasteel met een Weg naar rijkdom geplaveid met hindernissen en, in een boom, een reusachtig Nest in vogelvorm.

fotocollage

Twee kunstzinnige afsluitingen van het schooljaar

Een ‘monsterlijke dag’ op de Flambou. Ik met water, verf en inkt in groep 1-2 en 3-4, Marcel intussen met kosteloos materiaal in groep 5 en 6.

Flambou_monsters_groep_1-2_39Flambou_monsters_groep_3-4_62

 

Monsterlijke maskerade

En een spetterende middag waterpret op de Hoekstien.

collage de Hoekstien Luxwoude

Lekker gewerkt? Nou!

Lees meer over kunsteducatie en beeldend cultuuronderwijs

Sociaal tekenen

Profieltekening van Hester

Tekenen… sociaal?

Lytse Mienskip tekent op het grote www

In groep 5 tm 8 van de Lytse Mienskip zijn ze al een tijdje bezig met social media. En juf Aukje van groep 7-8 volgt voor het tweede jaar de Tekenskoalle-cursus. Ik kom op school om, in het kader van de Tekenskoalle, een les te verzorgen over het verband tussen tekenen en social media.

Weten de leerlingen van groep 5 tm 8 eigenlijk wat dat is, sociaal? Een meisje kan vertellen dat het met communicatie te maken heeft. Dat is precies wat ik hoopte. De leerlingen kunnen goed bedenken wat tekenen te maken heeft met communicatie: ‘als je iets tekent, laat je je gevoel zien’ (meisje, groep 8) , ‘een mooie tekening wil je graag aan iemand laten zien’, ‘je kan iets op papier tekenen en dan op een website zetten’, ‘je kan ontwerpen op de computer, zoals een huis, dan lijkt het net echt’ (jongens).

Vroeger en nu

Ik laat in vogelvlucht de geschiedenis zien van tekenen en communicatiemiddelen:

  • De grot in Lascaux is lastig mee te nemen, alleen de mensen die op die plaats waren, konden de mooie schilderingen zien.
  • Vincent van Gogh stuurde, in 1888, tekeningen in een envelop naar zijn vrienden en broer. Wat hij schilderde kon hij zo op grotere afstand laten zien.
  • Andy Warhol maakte, in 1985, enkele van de eerste computertekeningen op een Amiga. Je kunt zien dat hij dat nog niet zo goed in de vingers had, tekenen met een muis. De leerlingen vinden het wèl heel mooi. En tekenen met een muis vinden ze zelf ook best lastig.
  • Op een vriendennetwerk waar je dingen kon uitwisselen moesten we tot 1997 wachten, maar daarna ging het snel. Ik laat een grafische weergave zien die ik in 2013 maakte van mijn plekken op het web. In een cartoon van John Atkinson zien we hoe al die sociale activiteiten van nu vroeger op een andere manier plaatsvonden. De leerlingen moeten erg lachen om vintage Youtube: een raam met uitzicht.

We maken nog een uitstapje naar het ontwerpen van icoontjes en al het tekenwerk dat voor een computerspel nodig is. Ik laat de Social media Drawing zien van Tjarko van der Pol. Via Twitter, Facebook and Hyves kreeg hij 127 opdrachten die allemaal in de tekening verwerkt zijn. Je kunt er van alles in ontdekken. Maar we moeten ook nog zelf aan het werk, en omdat de Lytse Mienskip een Tekenskoalle-school is, laat ik toch ook nog even de website van The Big Draw zien.

Sociaal tekenen

En dan heb je een eigen plekje op het web. Hoe zal dat eruit zien? Daar kun je goed een profieltekening op gebruiken. Want je hoeft niet persé met je foto op het web, natuurlijk. En het hoeft ook niet echt op jou te lijken. Je kunt ook een (vriendelijk) monster maken, of een dier, of wat er maar bij jou past. De leerlingen fantaseren erop los tot ze baldadig worden: ‘een kont’, ‘een wc’. Ik leg uit dat dat niet zo’n goed idee is. Ik vind dat ze een pósitieve profieltekening moeten maken. Ze kunnen zelf heel goed vertellen waarom:

Jaaa… als je rare dingen op het web zet dan gaan mensen vervelend op jou reageren en je misschien wel pesten, daar heb je alleen maar zelf last van!

Profieltekening van Hester

Opdracht: maak je profieltekening

We zijn er klaar voor. In de gang zijn een heleboel laptops beschikbaar, in de lokalen staan desktopcomputers. Elk tweetal heeft de beschikking over een apparaat. De werkbladen zijn gekopieerd. Juf Aukje, juf Anke en ik staan klaar om de leerlingen te helpen.

Online teken- en animatieprogramma’s

Een paar dagen geleden heb ik het web afgezocht naar teken- en animatieprogramma’s die je niet hoeft te downloaden en te installeren en waar je ook geen account voor hoeft aan te maken. Programma’s die je direct kunt gebruiken, zo op het web. Die bleken er in overvloed te zijn. Er zijn heel veel smakelijk uitziende apps met stickers en praatwolkjes. Maar dat vind ik de snoep en snacks onder de tekenprogramma’s. Ik zocht steviger kost en dat vond ik hier:

Ik probeerde ze allemaal uit. Ik maakte voor groep 5-6 een werkblad voor Draw.to, voor groep 7-8 voor Sketchtoy en voor de meer ervaren kinderen eentje voor Flipbookdeluxe. Programma’s met een overzichtelijke interface, niet teveel verwarrende mogelijkheden, om zélf mee te tekenen en, heel belangrijk: makkelijk te delen.

Hindernissen

Na korte tijd zitten in de lokalen acht duo’s aan de desktopcomputers enthousiast te oefenen met Sketchtoy of Flipbookdeluxe. Vanuit de gang klinkt verontwaardigd geroezemoes: de laptops doen het niet. Ik kijk wat er aan de hand is. Boven Sketchtoy is het tekengereedschap onzichtbaar. Draw.to ziet er wel normaal uit, maar mijn vingerbewegingen op het trackpad hebben geen enkel effect. Er verschijnt nog geen punt in het tekenvakje. Dat werkt niet.

De juffen bieden uitkomst: de kinderen die een laptop hadden, mogen naar de desktopcomputers in de jongere groepen. Daar blijkt Draw.to óók niet te gebruiken. Verouderde browser, verouderde flash-plugin…
Als de leerlingen eindelijk toch, nu met Queekypaint, aan het werk zijn, is de tijd om.

Het proces

We bespreken kort na. Meer dan de helft heeft niets bewaard. Nog niet ver genoeg, of nog helemaal niets kunnen maken. Wat jammer!

Ik neem me voor om een volgende keer de tijd te nemen om eerst alle apparatuur te testen.

Elf leerlingen hebben hun werk bewaard en de link op hun werkblad ingevuld. Ik kies op goed geluk, type de link van Chantal in het browservak en speel haar tekening af. Ze is blij verrast: we zien hoe ze hem gemaakt heeft! Dat is het allerleukst van enkele van de tekenprogramma’s: dat je het proces kunt afspelen.

Kijk voor de andere tekeningen op de nieuwe Facebookpagina die ik heb gemaakt voor het werk van de leerlingen.

Cultuureducatie met kwaliteit: een onderzoek

Alles heeft het en toch weten we niet precies wat het is. Kwaliteit. Ik lees op Google: kwaliteitsmanagement, kwaliteitslaminaat, kwaliteitsvoedsel, kwaliteitszorg.
Slechte kwaliteit, acceptabele kwaliteit, goede kwaliteit, excellente kwaliteit…

Wat is kwaliteit?

Omstreeks 1987 werd het in mijn werkomgeving, destijds een gemeentelijke instelling voor kunsteducatie, steeds meer gebruikt, het woord ‘kwaliteit’. Het was zo’n zelfde tijd als nu, er werd bezuinigd op culturele instellingen en dat dwingt tot keuzes. Het woord dook te pas en te onpas op en niemand wist eigenlijk precies wat ermee bedoeld werd. Shakespeare? Michael Jackson? Waarom, en voor wie? En waarom niet? Mijn baas las regelmatig onze bereikcijfers voor. De ‘werkvloer’ sprak over ‘oppervlakkige kennismaking’ en ‘de diepte in’. Kwaliteit versus kwantiteit. Een collega, ongelukkig met de spraakverwarring, deed een poging uit te leggen dat we niet over kwaliteit konden spreken zonder verschillende kwaliteiten te onderscheiden. Later kreeg juist hij het aan de stok met het nieuwe afdelingshoofd, die vond dat zijn project over populaire beeldcultuur onvoldoende kwaliteit had. Populaire cultuur was geen kunst, vond ze. En we waren wel een instelling voor KUNSTeducatie.

Is kwaliteit elitair?

Is kwaliteit dan elitair en moeilijk te begrijpen en heeft iets dat het grote publiek interesseert daarom geen kwaliteit? Hella Haasse legt in het begin van het boekje Kwaliteit (een verkenning) (1987) uit dat het begrip komt van ’homme de qualité’, zo werd een edelman in de twaalfde eeuw genoemd die van bijzondere verdienste was voor de toenmalige maatschappij. De elitaire herkomst van het woord kwaliteit is een historisch feit. Maar zowel de maatschappij als de taal zijn aan verandering onderhevig.

Kwaliteit is een woord dat een positieve klank heeft: ‘hij heeft de kwaliteiten om deze taak naar behoren te vervullen’. Kwaliteit wordt gebruikt als criterium voor wat van een product verwacht kan worden. Bijvoorbeeld dat een pakje waar ‘roomboter’ op staat ook 100% roomboter bevat. Of dat de verse appeltaart echt vers is. Waar voor je geld.

Kwaliteit wordt óók gebruikt voor ‘goed’: ‘wij gaan voor kwaliteit’, kwaliteitsjournalistiek.

Doel en verwachting

Omdat niet expliciet duidelijk is waaraan iets of iemand moet voldoen om het label ‘kwaliteit’ te krijgen, is er altijd discussie over. Er is wel overeenstemming over de basisvoorwaarden: het moet geschikt zijn voor het doel én het moet voldoen aan de verwachtingen van de klant. Appeltaart moet lekker zijn.

Ik lees in cultuur + educatie nr. 33, 2012 een citaat: De Amerikaanse management-goeroe Peter Drucker (1985, geciteerd van internet) zei het pregnant als volgt: ‘Quality in a product or service is not what the supplier puts in. It is what the customer gets out and is willing to pay for.’ Het maakt dus niet uit hoe hard of toegewijd de producent werkt, hoe deskundig hij is of inhoudelijk sterk en wat hij allemaal voor slimme vondsten in het product stopt, als iemand het maar wil hebben.

Behoefte

Toch vraag ik mij af hoe de producent van tevoren kan weten waarvoor de klant wil betalen. Hoe wist de uitvinder van de mobiele telefoon voordat er ook maar één klant was, dat ik inmiddels niet meer zonder kan? En waarom wil men tegenwoordig niet meer betalen voor diepgravende journalistiek, om maar wat te noemen? Of is daar eigenlijk nooit veel vraag naar geweest maar lag de norm voor kwaliteit ‘vroeger’ meer bij de producent dan bij de consument? Staat kwaliteit altijd in verband met verwachting (reageert een producent dus alleen op klanten), of ook met behoefte en verlangen, of zelfs passie? Kan kwaliteit ook verlangen opwekken? Kan kwaliteit verleiden? Heeft kwaliteit een relatie met emotie?

Emotie en beleving

De discussie gaat eigenlijk steeds over dat laatste. Meer nog dan over de knapperige korst van de appeltaart, de stevigheid van de appels en de slagroom bovenop gaat het over de herkomst van de appels (biologisch!), het authentieke recept (oma!) en de bijzondere bakkerij (ambachtelijk!). Daar wordt die taart helemaal niet beter van, maar hij smaakt wel lekkerder.

Kwaliteit is dus níet persé een eigenschap van het product maar ook, of misschien wel vooral, van de beleving ervan.

Meten en relatie

Een eigenschap als lengte of snelheid kan in absolute zin meetbaar zijn: 3 meter lang, 30 kilometer per uur, of relatief: langer dan ik, sneller dan een fiets.

Kwaliteit is een lastige eigenschap om te beoordelen, want het is niet absoluut meetbaar. Kwaliteit kan alleen onderscheiden worden in een relatie. In relatie tot het doel en in relatie tot andere producten, dingen, ervaringen…

Criteria

Om kwaliteit te kunnen meten en dus beoordelen moeten verschillende criteria worden onderscheiden en beschreven. Dan pas kun je op kwaliteit een objectieve benadering loslaten. Maar beleving en emotie zijn niet meetbaar en achterliggende waarden ook niet. Dus een meetinstrument zal niet de hele lading kunnen dekken.

Cultuureducatie met kwaliteit is volgens de onderwijsraad (Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren! Publicatie uit 2012) cultuuronderwijs afgestemd op de kerndoelen, geregisseerd door de school, in een doorgaande leerlijn. Lessen moeten worden gegeven door deskundige leerkrachten, eventueel in samenwerking met culturele instellingen. Net als de vorderingen van de leerling met betrekking tot taal en rekenen moeten ook de kennis en vaardigheden op het gebied van cultuur kunnen worden gevolgd en beoordeeld, bij voorkeur in samenhang. De raad beschrijft voorwaarden voor kwaliteit als eigenschap van cultuuronderwijs. Maar niet de kwaliteit zelf.

Wie betaalt voor cultuuronderwijs? De school, met overheidssubsidie. Is de overheid dan de klant? Of de school? De school (de directeur) moet ervoor willen betalen, dus cultuuronderwijs moet de verwachtingen van de school waarmaken. Dus is de school de klant.

Verwachting en kennis

Maar waar is cultuuronderwijs ook weer voor bedoeld? Voor wie? O ja, voor de leerling.

Is niet de school, maar de leerling dus de klant? Wat als de leerling mag zeggen wat hij verwacht of verlangt van cultuuronderwijs? Weet hij dan waarover hij het heeft? Heeft hij genoeg kennis en informatie om gefundeerd te kunnen kiezen? Of moeten we het de leerkrachten vragen? De ouders? Geldt daar niet hetzelfde voor? Klanten hebben verwachtingen en verlangens maar weten soms helemaal niet wat ze zouden kúnnen verwachten.

De vraag is of dat nodig is.

Cultureel zelfbewustzijn

De leerling moet zich zodanig kunnen ontwikkelen dat hij in de wereld een plaats kan verwerven die past bij zijn mogelijkheden, zodat hij een zelfbewuste volwassene wordt, in verbinding met zijn (culturele) omgeving. Dat is het doel. Van cultuuronderwijs mag dus verwacht worden dat gewerkt wordt aan een groeiend zelfbewustzijn. De leerling moet zijn talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen, niet alleen bij taal en rekenen maar in alle leergebieden. Hoe het product om dat doel te bereiken precies tot stand komt, dat bepaalt de producent. Is de producent in het geval van cultuuronderwijs al deskundig genoeg om die kwaliteit te leveren die de klant (de leerling) nodig heeft?

De klant hoeft de appeltaart alleen maar lekker te vinden.

De leerling:

‘ik wil dit elke dag wel doen op school! Kijk eens wat ik heb gemaakt, ik wist echt niet dat ik dat kon!’

Windlust verbeeld | AlleskAn | Kunstlokaal №8

De molenaar vertelde dat er ooit een meisje achter een katje de stelling op rende en gegrepen werd door de draaiende wieken: ‘op slag dood’. De kinderen vragen met grote ogen of ik dat meisje soms ken. Het verhaal heeft veel indruk gemaakt. Het verbaast me daarom niet dat veel kinderen die gruwelijke gebeurtenis in hun tekeningen verwerken.

windlust verbeeld groep 3-4

Lees het hele verslag en bekijk de foto’s op Windlust verbeeld | AlleskAn | Kunstlokaal №8.

De tram halen

Erfgoed: de oude trambaan

Het erfgoed-project op Dalton O.B.S. De Oosterbrink in Boijl heeft de oude trambaan als onderwerp. In 1917 werd de trambaan in gebruik genomen, een hele vooruitgang ten opzichte van kar en trekschuit.
De industriële revolutie is leerstof voor groep 7-8, dus de kinderen kunnen de tram in verband brengen met andere verworvenheden. Er zijn sappige verhalen te vinden over de eerste ervaringen van de dorpelingen met dit snelheidsmonster. Baukje Koolhaas heeft het project voor de hele school ingeleid met een vertelling.

Voor groep 7-8 ontwikkelde en gaf ik twee lessen speciaal naar aanleiding van dit erfgoed.

Affiches ontwerpen

Vorige week dinsdag liet ik de groep oude tram- en treinaffiches zien. Door middel van affiches werd reclame gemaakt voor uitstapjes en gewaarschuwd voor gevaren.

erfgoed - de tram halen - affiches maken

Daarna ontwierpen de kinderen een eigen affiche. In groepjes hebben ze uit hun schetsen gekozen en er eentje in het groot uitgewerkt.

Sjabloneren: de basis van de zeefdruktechniek

Vandaag hebben ze hun ontwerpen gesjabloneerd. Sjabloneren is de basis van de zeefdruktechniek. Omstreeks dezelfde tijd als de spoorwegen werd ook de zeefdruk populair, vooral voor affiches.

Sjabloneren in de praktijk

Sjabloneren is eenvoudig, dacht ik toen ik de les bedacht. In een groepje kunnen in korte tijd gemakkelijk meerdere drukgangen worden gemaakt, verwachtte ik op basis van mijn ervaring.

Van tevoren maakte ik voor elk groepje vier kopieën van hun eigen ontwerp. Op de ontwerpen hadden de kinderen al gemarkeerd welke kleuren de verschillende onderdelen zouden krijgen. Elk kind koos een kleur. Elk kind moest alleen díe onderdelen uit zijn kopie wegknippen of -snijden die díe bepaalde kleur moesten krijgen.

Er ging van alles mis.

Inzicht, vaardigheden en meningsverschil

Een groepje knipte àlle onderdelen uit àlle kopieën en kwam daar in een laat stadium achter. Dat moest dus over.
Knippen, en vooral snijden, bleek best moeilijk te zijn en dan kost het ook veel tijd. Enkele groepjes hadden een te gedetailleerd of te ingewikkeld ontwerp gemaakt en moesten dus kiezen wat ze wèl gingen uitknippen en wat moest vervallen.
Groep 7-8 wil daarover discussiëren en argumenteren en dan kost het meer tijd.
Een groepje was gehalveerd en had daarom heel veel werk. En er was ook nog een groepje dat het ontwerp niet af had omdat de kinderen het de vorige les niet met elkaar eens konden worden.

Ik had echte drukkerskleuren klaargezet: cyaan, magenta, geel en zwart. Groen was daar niet bij, helder rood ook niet. Oranje en bruin moesten ook zelf worden gemengd. Tot mijn grote verbazing wist bijna niemand hoe dat moest… Groep 7-8 is dat zeker allang vergeten.

Maar op een gegeven moment was iedereen dan toch enthousiast aan het sjabloneren. Eerst de lichtste kleur. Als laatste de donkerste. Er werd heel geconcentreerd en netjes gewerkt en leuk samengewerkt. De kinderen hadden niet eens in de gaten dat de bel al was gegaan. Een heerlijke werksfeer!

Toen waren pas twee groepjes klaar met hun oplage, vijf stuks. De anderen hebben één exemplaar afgemaakt. Ik had ook nog gepland dat ze de teksten erbij zouden stempelen. Dat is niet meer gelukt.

Ze hebben mooie affiches gemaakt én veel geleerd. Díe tram hebben we gehaald.

Vrijdag is de presentatie en komen de affiches bij de nieuwe tram te hangen, die de kleuters met Sigrid Hamelink maken van schuimrubber en knuffels.

Meer Kiekes-projecten op de website van AlleskAn