Sterk zwart ijs

Wintersprookje

Het zou hard gaan vriezen en binnen een paar dagen zouden we kunnen schaatsen! Ik hield de berichten en het ijs in de buurt in de gaten. Zaterdag zorgde ik voor wintervoer voor de vogels in de tuin. Zondag waren de vijver en de sloten al grotendeels dichtgevroren, maandag was er niet veel bijgekomen. De zon scheen behoorlijk warm en ‘s middags verschenen er weer overal natte plekken. Het ijs op de vijver dooide zelfs weer weg, en ik zag voor het eerst van mijn leven een ijsvogel! In onze eigen tuin!

ijs
Ijs en sneeuw op de Tjonger bij Nijeberkoop

Dinsdag kwam er hier en daar sneeuw uit de lucht. Het zag er mooi uit, met die wolkenformaties boven dat wit, maar schaatsbaar ijs bleef nog even ver weg.

Kriebels

Woensdag kwamen er berichten dat er toch echt hier en daar geschaatst werd op open water. De wind was akelig koud en hard, dus nee, we gingen niet op onderzoek uit. Donderdag ook nog niet. Die dag moesten we een probleem met de c.v. oplossen. Bovendien werd ernstig gewaarschuwd voor gevaarlijke situaties vanwege windwakken en nog maar net dichtgevroren dunne plekken. De belofte van schaatsen lokte echter hevig.

Laatste kans

Vrijdag pakten we ons goed in en gingen op weg naar echt ijs.

Het autoportier sloeg uit mijn handen. De wind drong onmiddellijk door al mijn lagen kleren. Met koude vingers trok ik snel de veters van mijn schaatsen stevig aan. Het was twee jaar geleden, dus het voelde even wiebelig onwennig.

Het ijs bleek keihard, zwart en dik. Op de meeste plaatsen dan, want er bleven verraderlijke open gaten met golvend blauw water.  Daaromheen was het ijs veel dunner, evenals uit de wind in de felle zon tussen het riet. Dus we bleven daar een flink stuk uit de buurt op de dikke veilige plekken. Zaterdag gingen we nog een keer. De wind was wat minder en er waren iets meer mensen, maar echt druk was het niet. Een heel rondje zat er nog steeds niet in doordat in het midden een strook van het meer nog open lag. Dus schaatsten we eerst met de wind mee naar de westkant, dan achter een smalle strook riet en elzen langs tot aan een koud open stuk.

IJs van dichtbij

Onder mijn ijzers zag ik plotseling een vis in het ijs! Een brasem die ingevroren was geraakt, waarschijnlijk al dood.

Als je goed kijkt, is er van alles te zien in de bevroren laag. Patronen van scheuren, luchtbellen, kristallen bovenop, grote ijsbloem-motieven.

Halverwege besloten we toch maar om te keren. De wind was snijdend koud, maar weer eens op de schaatsen staan op echt natuurijs is een ervaring die ik niet wil missen.

Er staat alweer water in de vijver in de tuin.

Zomaar een zomeravond in augustus

Geur

In lange banen lag het gras donkergroen te drogen op een helgroene ondergrond. Die geur van gemaaid gras, hoe omschrijf je die? Overal gromden de combines om het gras binnen te halen.

Achter de stal van een boerderij dook een rood frame op in de vorm van een huis. Ik fietste de weg af, de lage zon achter me, onder een poort van oude eiken.

Kap

Verderop zag ik grote machines achter de bomen. Of nee, waar waren de bomen!
Mijn fiets liet ik tegen het paaltje naast de greppel. De ingang van het natuurgebied zag eruit alsof er een ramp had plaatsgevonden. Een paar dagen geleden nog een idyllisch graspad, geflankeerd door bomen en struiken langs een ruig veld vol bloemen, was alles nu kaal, op enkele hoge stammen na. Uitgekleed, plat geragd.
Achter twee grote bosbouwvoertuigen doemde een lange heuvel op van houtsnippers. Er stegen rookpluimpjes uit op. Het broeide al. Twee jonge mannen in overall namen luid roepend trotse foto’s van de kaalslag en elkaar.

Het pad bleek aan alle kanten geblokkeerd met schrikdraad. Het voetgangershek was vastgezet. Ik kon er niet door. Daarom deed een van de mannen het hek voor me open en daarna weer dicht, toen reden ze samen weg met een vracht houtsnippers.

Aan het eind van de kaalslag was het pad ook afgesloten. Nadat ik de handgreep met het schrikdraad had losgemaakt en weer vast, wandelde ik rechtsaf langs de grove rijsporen van de boswerkers, die tot ver langs de bosrand voerden. ‘Maar het wordt vast heel mooi’, zei ik tegen mezelf, ‘over een jaar of drie’.

Pad

Waar het pad linksaf buigt en daarna rondom over de Pingoruïne voert, was de uitgang afgezet met roodwit plastic lint en de mededeling: “wegens wekzaamheden geen toegang”. Om de wandeling te vervolgen, werd een omweg voorgesteld. Ik stond aan de verkeerde kant van het lint en volgde een alternatieve route: het koeienpad langs de greppel tot aan een houtwal waar de zwarte oerrunderen altijd tegen de stammen schuren. Daar was alles nog als vanouds. In het gras zag ik plotseling overal Grote Parasolhoeden! Ik kon mijn geluk niet op!

Een mooie zomeravond

Op de terugweg liep ik door het bos naar het pad rond de plas. Vandaar naar de andere uitgang om de voorgestelde omweg te nemen terug naar mijn fiets. Een ree stond stil te grazen. Toen hij mijn camera hoorde ging hij ervandoor. De pinken in de wei kwamen op een holletje naar me toe en renden toen holderderbolder naar de boerderij. Achter de fruitbomen zong iemand. Het was een mooie zomeravond.

P1340454