Cultuureducatie met kwaliteit: een onderzoek

Alles heeft het en toch weten we niet precies wat het is. Kwaliteit. Ik lees op Google: kwaliteitsmanagement, kwaliteitslaminaat, kwaliteitsvoedsel, kwaliteitszorg.
Slechte kwaliteit, acceptabele kwaliteit, goede kwaliteit, excellente kwaliteit…

Wat is kwaliteit?

Omstreeks 1987 werd het in mijn werkomgeving, destijds een gemeentelijke instelling voor kunsteducatie, steeds meer gebruikt, het woord ‘kwaliteit’. Het was zo’n zelfde tijd als nu, er werd bezuinigd op culturele instellingen en dat dwingt tot keuzes. Het woord dook te pas en te onpas op en niemand wist eigenlijk precies wat ermee bedoeld werd. Shakespeare? Michael Jackson? Waarom, en voor wie? En waarom niet? Mijn baas las regelmatig onze bereikcijfers voor. De ‘werkvloer’ sprak over ‘oppervlakkige kennismaking’ en ‘de diepte in’. Kwaliteit versus kwantiteit. Een collega, ongelukkig met de spraakverwarring, deed een poging uit te leggen dat we niet over kwaliteit konden spreken zonder verschillende kwaliteiten te onderscheiden. Later kreeg juist hij het aan de stok met het nieuwe afdelingshoofd, die vond dat zijn project over populaire beeldcultuur onvoldoende kwaliteit had. Populaire cultuur was geen kunst, vond ze. En we waren wel een instelling voor KUNSTeducatie.

Is kwaliteit elitair?

Is kwaliteit dan elitair en moeilijk te begrijpen en heeft iets dat het grote publiek interesseert daarom geen kwaliteit? Hella Haasse legt in het begin van het boekje Kwaliteit (een verkenning) (1987) uit dat het begrip komt van ’homme de qualité’, zo werd een edelman in de twaalfde eeuw genoemd die van bijzondere verdienste was voor de toenmalige maatschappij. De elitaire herkomst van het woord kwaliteit is een historisch feit. Maar zowel de maatschappij als de taal zijn aan verandering onderhevig.

Kwaliteit is een woord dat een positieve klank heeft: ‘hij heeft de kwaliteiten om deze taak naar behoren te vervullen’. Kwaliteit wordt gebruikt als criterium voor wat van een product verwacht kan worden. Bijvoorbeeld dat een pakje waar ‘roomboter’ op staat ook 100% roomboter bevat. Of dat de verse appeltaart echt vers is. Waar voor je geld.

Kwaliteit wordt óók gebruikt voor ‘goed’: ‘wij gaan voor kwaliteit’, kwaliteitsjournalistiek.

Doel en verwachting

Omdat niet expliciet duidelijk is waaraan iets of iemand moet voldoen om het label ‘kwaliteit’ te krijgen, is er altijd discussie over. Er is wel overeenstemming over de basisvoorwaarden: het moet geschikt zijn voor het doel én het moet voldoen aan de verwachtingen van de klant. Appeltaart moet lekker zijn.

Ik lees in cultuur + educatie nr. 33, 2012 een citaat: De Amerikaanse management-goeroe Peter Drucker (1985, geciteerd van internet) zei het pregnant als volgt: ‘Quality in a product or service is not what the supplier puts in. It is what the customer gets out and is willing to pay for.’ Het maakt dus niet uit hoe hard of toegewijd de producent werkt, hoe deskundig hij is of inhoudelijk sterk en wat hij allemaal voor slimme vondsten in het product stopt, als iemand het maar wil hebben.

Behoefte

Toch vraag ik mij af hoe de producent van tevoren kan weten waarvoor de klant wil betalen. Hoe wist de uitvinder van de mobiele telefoon voordat er ook maar één klant was, dat ik inmiddels niet meer zonder kan? En waarom wil men tegenwoordig niet meer betalen voor diepgravende journalistiek, om maar wat te noemen? Of is daar eigenlijk nooit veel vraag naar geweest maar lag de norm voor kwaliteit ‘vroeger’ meer bij de producent dan bij de consument? Staat kwaliteit altijd in verband met verwachting (reageert een producent dus alleen op klanten), of ook met behoefte en verlangen, of zelfs passie? Kan kwaliteit ook verlangen opwekken? Kan kwaliteit verleiden? Heeft kwaliteit een relatie met emotie?

Emotie en beleving

De discussie gaat eigenlijk steeds over dat laatste. Meer nog dan over de knapperige korst van de appeltaart, de stevigheid van de appels en de slagroom bovenop gaat het over de herkomst van de appels (biologisch!), het authentieke recept (oma!) en de bijzondere bakkerij (ambachtelijk!). Daar wordt die taart helemaal niet beter van, maar hij smaakt wel lekkerder.

Kwaliteit is dus níet persé een eigenschap van het product maar ook, of misschien wel vooral, van de beleving ervan.

Meten en relatie

Een eigenschap als lengte of snelheid kan in absolute zin meetbaar zijn: 3 meter lang, 30 kilometer per uur, of relatief: langer dan ik, sneller dan een fiets.

Kwaliteit is een lastige eigenschap om te beoordelen, want het is niet absoluut meetbaar. Kwaliteit kan alleen onderscheiden worden in een relatie. In relatie tot het doel en in relatie tot andere producten, dingen, ervaringen…

Criteria

Om kwaliteit te kunnen meten en dus beoordelen moeten verschillende criteria worden onderscheiden en beschreven. Dan pas kun je op kwaliteit een objectieve benadering loslaten. Maar beleving en emotie zijn niet meetbaar en achterliggende waarden ook niet. Dus een meetinstrument zal niet de hele lading kunnen dekken.

Cultuureducatie met kwaliteit is volgens de onderwijsraad (Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren! Publicatie uit 2012) cultuuronderwijs afgestemd op de kerndoelen, geregisseerd door de school, in een doorgaande leerlijn. Lessen moeten worden gegeven door deskundige leerkrachten, eventueel in samenwerking met culturele instellingen. Net als de vorderingen van de leerling met betrekking tot taal en rekenen moeten ook de kennis en vaardigheden op het gebied van cultuur kunnen worden gevolgd en beoordeeld, bij voorkeur in samenhang. De raad beschrijft voorwaarden voor kwaliteit als eigenschap van cultuuronderwijs. Maar niet de kwaliteit zelf.

Wie betaalt voor cultuuronderwijs? De school, met overheidssubsidie. Is de overheid dan de klant? Of de school? De school (de directeur) moet ervoor willen betalen, dus cultuuronderwijs moet de verwachtingen van de school waarmaken. Dus is de school de klant.

Verwachting en kennis

Maar waar is cultuuronderwijs ook weer voor bedoeld? Voor wie? O ja, voor de leerling.

Is niet de school, maar de leerling dus de klant? Wat als de leerling mag zeggen wat hij verwacht of verlangt van cultuuronderwijs? Weet hij dan waarover hij het heeft? Heeft hij genoeg kennis en informatie om gefundeerd te kunnen kiezen? Of moeten we het de leerkrachten vragen? De ouders? Geldt daar niet hetzelfde voor? Klanten hebben verwachtingen en verlangens maar weten soms helemaal niet wat ze zouden kúnnen verwachten.

De vraag is of dat nodig is.

Cultureel zelfbewustzijn

De leerling moet zich zodanig kunnen ontwikkelen dat hij in de wereld een plaats kan verwerven die past bij zijn mogelijkheden, zodat hij een zelfbewuste volwassene wordt, in verbinding met zijn (culturele) omgeving. Dat is het doel. Van cultuuronderwijs mag dus verwacht worden dat gewerkt wordt aan een groeiend zelfbewustzijn. De leerling moet zijn talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen, niet alleen bij taal en rekenen maar in alle leergebieden. Hoe het product om dat doel te bereiken precies tot stand komt, dat bepaalt de producent. Is de producent in het geval van cultuuronderwijs al deskundig genoeg om die kwaliteit te leveren die de klant (de leerling) nodig heeft?

De klant hoeft de appeltaart alleen maar lekker te vinden.

De leerling:

‘ik wil dit elke dag wel doen op school! Kijk eens wat ik heb gemaakt, ik wist echt niet dat ik dat kon!’

Windlust verbeeld | AlleskAn | Kunstlokaal №8

De molenaar vertelde dat er ooit een meisje achter een katje de stelling op rende en gegrepen werd door de draaiende wieken: ‘op slag dood’. De kinderen vragen met grote ogen of ik dat meisje soms ken. Het verhaal heeft veel indruk gemaakt. Het verbaast me daarom niet dat veel kinderen die gruwelijke gebeurtenis in hun tekeningen verwerken.

windlust verbeeld groep 3-4

Lees het hele verslag en bekijk de foto’s op Windlust verbeeld | AlleskAn | Kunstlokaal №8.

De tram halen

Erfgoed: de oude trambaan

Het erfgoed-project op Dalton O.B.S. De Oosterbrink in Boijl heeft de oude trambaan als onderwerp. In 1917 werd de trambaan in gebruik genomen, een hele vooruitgang ten opzichte van kar en trekschuit.
De industriële revolutie is leerstof voor groep 7-8, dus de kinderen kunnen de tram in verband brengen met andere verworvenheden. Er zijn sappige verhalen te vinden over de eerste ervaringen van de dorpelingen met dit snelheidsmonster. Baukje Koolhaas heeft het project voor de hele school ingeleid met een vertelling.

Voor groep 7-8 ontwikkelde en gaf ik twee lessen speciaal naar aanleiding van dit erfgoed.

Affiches ontwerpen

Vorige week dinsdag liet ik de groep oude tram- en treinaffiches zien. Door middel van affiches werd reclame gemaakt voor uitstapjes en gewaarschuwd voor gevaren.

erfgoed - de tram halen - affiches maken

Daarna ontwierpen de kinderen een eigen affiche. In groepjes hebben ze uit hun schetsen gekozen en er eentje in het groot uitgewerkt.

Sjabloneren: de basis van de zeefdruktechniek

Vandaag hebben ze hun ontwerpen gesjabloneerd. Sjabloneren is de basis van de zeefdruktechniek. Omstreeks dezelfde tijd als de spoorwegen werd ook de zeefdruk populair, vooral voor affiches.

Sjabloneren in de praktijk

Sjabloneren is eenvoudig, dacht ik toen ik de les bedacht. In een groepje kunnen in korte tijd gemakkelijk meerdere drukgangen worden gemaakt, verwachtte ik op basis van mijn ervaring.

Van tevoren maakte ik voor elk groepje vier kopieën van hun eigen ontwerp. Op de ontwerpen hadden de kinderen al gemarkeerd welke kleuren de verschillende onderdelen zouden krijgen. Elk kind koos een kleur. Elk kind moest alleen díe onderdelen uit zijn kopie wegknippen of -snijden die díe bepaalde kleur moesten krijgen.

Er ging van alles mis.

Inzicht, vaardigheden en meningsverschil

Een groepje knipte àlle onderdelen uit àlle kopieën en kwam daar in een laat stadium achter. Dat moest dus over.
Knippen, en vooral snijden, bleek best moeilijk te zijn en dan kost het ook veel tijd. Enkele groepjes hadden een te gedetailleerd of te ingewikkeld ontwerp gemaakt en moesten dus kiezen wat ze wèl gingen uitknippen en wat moest vervallen.
Groep 7-8 wil daarover discussiëren en argumenteren en dan kost het meer tijd.
Een groepje was gehalveerd en had daarom heel veel werk. En er was ook nog een groepje dat het ontwerp niet af had omdat de kinderen het de vorige les niet met elkaar eens konden worden.

Ik had echte drukkerskleuren klaargezet: cyaan, magenta, geel en zwart. Groen was daar niet bij, helder rood ook niet. Oranje en bruin moesten ook zelf worden gemengd. Tot mijn grote verbazing wist bijna niemand hoe dat moest… Groep 7-8 is dat zeker allang vergeten.

Maar op een gegeven moment was iedereen dan toch enthousiast aan het sjabloneren. Eerst de lichtste kleur. Als laatste de donkerste. Er werd heel geconcentreerd en netjes gewerkt en leuk samengewerkt. De kinderen hadden niet eens in de gaten dat de bel al was gegaan. Een heerlijke werksfeer!

Toen waren pas twee groepjes klaar met hun oplage, vijf stuks. De anderen hebben één exemplaar afgemaakt. Ik had ook nog gepland dat ze de teksten erbij zouden stempelen. Dat is niet meer gelukt.

Ze hebben mooie affiches gemaakt én veel geleerd. Díe tram hebben we gehaald.

Vrijdag is de presentatie en komen de affiches bij de nieuwe tram te hangen, die de kleuters met Sigrid Hamelink maken van schuimrubber en knuffels.

Meer Kiekes-projecten op de website van AlleskAn