Zaterdag 2 november opening van de tentoonstelling

Dit is (g)een tekening

Dit is (g)een tekening. Gelijnd en gemodelleerd, duotentoonstelling van Irma Horstman en Birgit Speulman in Kunstlokaal №8.

Dit is (g)een tekening

Welkom in deze ruimte tussen het werk van Irma Horstman en mijzelf. De stalen beelden en de blauwe installatie zijn van Irma Horstman, de tekeningen of, zo je wilt, collages zijn van mij. Dank je wel, Irma, dat je hier met mij samen wil exposeren.

Ik wil jullie graag iets vertellen. Over wandelen, tekenen, ruimte en betekenis. En wat dat met elkaar te maken heeft. Ik heb het opgeschreven, zodat ik me houd aan mijn plan. Anders sla ik onvoorziene wegen in en verdwalen we samen in mijn verhaal.

Tekenen

Ruimte, wit papier, een select rijtje tekenmateriaal en tijd. Dat zijn de ingrediënten die ik nodig heb voor een tekening. Ik begin met een idee, een beeld in mijn hoofd. Na de eerste lijnen en vlakken op papier kan ik zomaar besluiten een ander pad in te slaan. Omdat een uitgeveegde vorm zo mooi wordt, of omdat er een scheurlijn doorheen wil. Ik kan het eerste idee ook doorzetten, tot het eind zelfs, en bij nader inzien besluiten dat de tekening tóch niet goed is. Accepteer ik de mislukking, begin ik opnieuw met een wit vel papier, of ga ik juist nog even door en probeer ik er iets aan te doen? Is het helemaal niet, of nú nog niet goed? Ik kies meestal voor doorgaan.

 Dit is (g)een tekening

Wandelen

Schiermonnikoog

Vriendin Elly nam me mee naar een van de mooiste waddeneilanden, Schiermonnikoog*. Al op de boot zag ik dat de zolen van mijn schoenen niet meer helemaal vast zaten en in het dorp kochten we een tube bisonkit. Met behulp van een stokje lijmde ik mijn zolen. Tijdens onze eerste korte wandeling bleek dat geen afdoende oplossing.

Het Kwelderpad

De volgende ochtend wilden we het kwelderpad lopen vanaf de Kobbeduinen. Voor wie niet weet waar dat is: dat is de meest oostelijke plek waar je via het fietspad kunt komen. Vandaar af kun je alleen te voet verder. Op de kaart eindigt het pad 7 kilometer verder aan de waddenkust.

Het was half bewolkt en warm voor de tijd van het jaar. Er stond een flinke wind, het lange gras bewoog als witgouden golven tegen het oranjerood, paarsig en groen van de lage vegetatie in de kwelder. Het pad was begroeid met kort, sappig gras. Af en toe stonden kleine stukken blank. Na enkele omtrekkende bewegingen om de ondergelopen stukken heen en nog wat meer kilometers wandelen verdween het pad definitief in een watervlakte die niet op de kaart stond. Te groot om zomaar doorheen te lopen, zeker met mijn loslatende zolen en ook omdat het vervolg van het pad niet te zien was. We sloegen daarom een ander, tamelijk droog pad in dat meer naar het noordoosten leek te buigen. Een paar kilometer verder bleek ook dit pad in het water te eindigen. Schitterend blauw water, met kleine groene plukjes gras en okerkleurige rietkragen erlangs. We moesten dus terug. Terùg?!

Blote voeten

Ik trok mijn schoenen en sokken uit en liep verder op blote voeten. Het water kwam tot mijn enkels. Elly liep dapper door op de hoogste graspollen, zodat haar bergschoenen niet overliepen. We besloten ons plan te wijzigen en in plaats van naar de wadden- naar de noordzeekust te lopen. Verderop werd het gelukkig hoger en droger. Tussen dicht op elkaar staande duindoornstruiken vol oranje bessen liep een smal pad naar het noorden. Doorns en distels op de grond, dus de schoenen moesten weer aan. We naderden de rij stuifduinen onderlangs een laag binnenduin. Aan het eind van dat duin schitterde een wijdse plas met kleine golfjes. Alwéér! Paal 10 stond aan de rand van het water. Aan de overkant, een paar honderd meter verder, stond nog een paal, een lange. Daar moesten we naartoe. Door dat water. Allebei op blote voeten nu, en met hoog opgestroopte broek. Want terug kon nu écht niet meer.

Vrolijke zussen

Voorbij de stuifduinen, bij paal 11, zagen we in de verte de zee, en daarvóór een enorme, stuivende zandvlakte. Stroken waaiend wit zand joegen in fraaie patronen over de vochtige bodem. Schelpen stonden als dekseltjes op kleine dunne klippen van zand. Tegen de harde wind in sjouwden we met knarsende kiezen door het mulle zand, dat soms overging in nat zand, maar nergens echt stevig aanvoelde. Bij paal 8 verlieten we de strandvlakte en staken we de rij stuifduinen weer over. Aan de andere kant, op een breed pad aan de zuidzijde, kwamen we vier vrolijke zussen tegen die ons vroegen om een foto van hun groepje te nemen. Ze vertelden ons dat ze allemaal mensen hadden gezien die op blote voeten door het water zwoegden. Zij niet, zij hadden van hetzelfde prachtige landschap genoten op dit droge pad en wandelden nu dezelfde weg weer terug.

Zekerheid of avontuur?

Ik denk dat er twee soorten mensen zijn. Mensen die niet willen omkeren en daarom (en ook uit nieuwsgierigheid) kiezen voor lastige routes, en mensen die voor zekerheid, veiligheid en comfort kiezen.

Ik behoor tot de eerste categorie: ik weet nooit van tevoren hoe het loopt. Soms mislukt het. Ik verdwaal, of het pad loopt dood. Als het mislukt kan dat, na de eerste teleurstelling en even afstand nemen, ook weer een nieuw begin zijn van iets. Een verrassing herbergen.

Met een tekening die niet is geworden wat ik wil, kan ik een radicaal andere weg inslaan. Ik scheur hem in stukken! Daarna zet ik de stukken andersom aan elkaar. Soms laat ik ook een deel weg. Hierdoor ontstaan verrassende nieuwe vormen en lege witte ruimtes die ik niet van tevoren kan bedenken.

Ruimte en betekenis: het werk van Irma Horstman

De blauwe, ruimtelijke vormen van Irma verrassen mij ook. Ik zie tekeningen in de ruimte, en de lege vormen tussen de objecten, die breed of smal kunnen zijn en zich over elkaar heen met elkaar vermengen. Irma tekent létterlijk in de ruimte, met een 3D pen. Tekenachtiger beelden maken kan niet. Irma’s stalen beelden zijn ook al ontstaan uit tekeningen. Tekeningen die beeld werden door uit staal de ‘teken’-contouren te snijden en deze ‘tekeningen’ rechtop te zetten in een omgeving. Op deze manier kun je variëren met combinaties van vormen en tussenruimtes, iets dat onmogelijk is met tekeningen in een kader, zoals die van mij. Als díe klaar zijn, is dat hele beweeglijke proces van maken, verdwalen en doorgaan gestold in het kader. Dit terzijde, maar heel belangrijk: Maarten Brinkman, dank je wel voor de stevige lijsten!

Irma’s beelden blijven bewegen, al zijn ze statig genoeg om ‘beeld’ te mogen heten. De ruimte loopt om en door het beeld heen. Ook de afstand ‘tussenin’ de beelden heeft een vorm, de beelden daardoor samenhang, een relatie. En daar, in die tussenruimte, is het niet leeg maar ontstaat een nieuwe betekenis: uit die vorm komen woorden voort, communicatie. Samen zijn zowel de stalen beelden als de 3D-pen tekeningen een familie. Ook van elkaar: de jongste spruiten zijn weer opnieuw tekeningen, ontstaan vanuit bewegingen met de hand, wandelingetjes in de lucht. Ruimtelijker én tekenachtiger dan ooit.

Ruimte en muziek

Een koor is ook een soort familie, een familie van stemmen. ’s Avonds na de wandeling op Schiermonnikoog genoten Elly en ik van een prachtig concert door kamerkoor Zestien Wad. Tijdens het laatste lied verlieten de alten en sopranen plotseling halverwege het stuk het podium. Even later klonken hun stemmen vanachter onze rug: we werden omsloten door de muziek! De twee delen van het koor waren op een nieuwe manier gerangschikt, waardoor onze beleving van de muziek anders werd. De ruimte tussen de stemmen in, daar waar de betekenis klonk, daar zaten wij, de luisteraars.

Inrichting van de ruimte

Twee dagen na Schiermonnikoog richtte Marcel samen met Irma en mij deze tentoonstelling in. Weer ben ik getroffen door de ruimte tussen de dingen in, de samenhang. En zo véél ruimte!

Verder!

Dank je wel, Marcel, ik heb weer heel veel zin om verder te gaan. Op blote voeten door het water, ploeterend, van avontuur naar avontuur, in een schitterend landschap dat blijft verrassen.

* Voor een eerder weekend op een waddeneiland zie ook: Inspiratie cadeau.

Collages is geopend!

Nu te zien in Kunsthuis Secretarie in Meppel: de tentoonstelling Collages. Gastcurator is Hans Emmelkamp, die zelf collages maakt en, jawel, op dit moment ook exposeert in Kunstlokaal №8.

Het was een drukke, gezellige opening op zondag 15 april, met een woordje van Jan Willem Kok van stichting ArtPhy, muziek door Rudi Kaldenberg en Jan Bartlema en veel fijne gesprekken. De diversiteit van het medium collage komt in de tentoonstelling, hoewel niet heel groot, goed tot uitdrukking. Je kunt de tentoonstelling Collages nog bezoeken tot 8 juli, dus tijd genoeg.

Uit Van Dale:

moeder (de; v; meervoud: moeders)

  1. 1 – vrouw die één of meer kinderen heeft
  2. 2 – vrouw die als een moeder zorgt: Moeder Aarde, Moeder Natuur de aarde, de natuur (gezien als moeder)
  3. 3 – oorsprong, bron: de angst is de moeder van de nervositeit

Moederdag, moederen, moederkloek, moederland, moederliefde, moederschoot, moedertaal, moedervlek…

Op 13 mei zal ik een workshop collage geven voor mensen van 8 tot 88 jaar.

Verras jezelf en doe mee!

Materiaal: cadeaupapier, pakpapier, kranten, bakpapier, kastpapier, toiletpapier, keukenpapier, bedrukt papier uit boeken en tijdschriften, papieren zakjes en -tasjes, behangpapier, patroonpapier, vloeipapier en meer.

Thema: moeders.

Aanmelden kan via Kunsthuis Secretarie, telefoon 0522850644, e-mail info@kunsthuissecretarie.nl

Tentoonstelling Wilma Vissers en Giel Louws

DSC02637_1

Weet ik wel, wat ik zie?

Mijn openingswoorden bij de tentoonstelling Vergezichten en Verkenningen van Wilma Vissers en Giel Louws

Welkom in dit alweer compleet veranderde Kunstlokaal. Wat kunst kan doen met ruimte!

Wat jullie, Giel en Wilma, er samen (en samen met Marcel) van gemaakt hebben is echt een feest. Licht, luchtig en transparant.

Ik vind het prachtig, en toch… Weet ik wel, wat ik zie?

Dat is soms lastig, niet weten wat je ziet. Of niet weten wat je proeft. Ik weet nog dat ik voor het eerst chocola proefde met thijm erin. Een verfijnde bonbon van het Belgische bonbonhuis Marcolini. Vond ik het wat? Ik vond het eerst vreemd en pas even daarna héél lekker. Dat smaakte naar meer.

Ik word nieuwsgierig van dingen die ik niet meteen herken of begrijp. Het is spannend ze te onderzoeken. En vaak blijken ze lekker, of interessant.

Maar: wat zie ik eigenlijk?

Ik zie gebundelde latten op de grond. Is dat kunst of kan het weg? (Ja, dat is een cliché). Ik kijk nog eens, en dan zie ik stroken kleur: verf op hout. Een schilderij? Een schilderij.

Ik zie een ondefinieerbare vorm aan de wand. Heldere kleuren op het ruwe oppervlak vangen licht en reflecteren een echo van kleur langs de muur. Een schilderij? Een schilderij.

Vergezichten en Verkenningen

Een schilderij is als een venster op de wereld. De wereld van Wilma is liever niet ingekaderd. Geen hekken en geen paden, alleen lucht en land of water, en verte. In haar objecten vangt ze deze eindeloze ruimte. Hier, binnen, kleuren haar vormen het lokaal en brengen iets van die eindeloosheid binnen deze wanden. In groepjes werken de objecten als bakens voor het oog. Haal je iets weg, dan verandert het hele beeld.

Waaruit bestaat een schilderij? Een schilderij van Giel is, heel nuchter, verf op een drager. Of een drager en verf. En een beeltenis, of niet? En ook het licht, zonder dat zie je niets. Niet altijd is alles helder, de voorste laag verhult de lagen erachter en maakt het geheel diffuus. De drager houdt het beeld overeind, soms maar nèt.

We weten niet altijd wat we zien.

Dat is goed. Want het houdt ons nieuwsgierig.

Ik hoop dat jullie je vandaag, behalve genieten van de kunst van Wilma en Giel en van elkaar, ook even echt kunnen concentreren, en de smaak van dit werk tot je door kunt laten dringen.

Wilma en Giel, ik wil jullie bedanken voor deze ervaring.

Tot slot wens ik iedereen veel kijkplezier op deze tentoonstelling.

 

Bekijk het werk op de website van Kunstlokaal №8

Mag een print uit de computer grafiek zijn?

Inleiding bij de opening van de tentoonstelling van Carrie Meijer en Hans Kleinsman in Kunstlokaal №8

Maand van de Grafiek

Ter gelegenheid van de Maand van de Grafiek wil ik graag even ingaan op wat grafiek is en waarom wij juist deze kunstenaars hebben gevraagd hun werk hier te presenteren.

Kunstdrukwerk wordt grafiek genoemd. Originele grafiek wordt al eeuwen erkend als kunstzinnig medium, dat wil zeggen zolang de prent het artistieke doel is. En niet om een eerder gemaakte tekening of schilderij in oplage te reproduceren. Zoals de etsen van Rembrandt, de litho’s van Toulouse-Lautrec en de zeefdrukken van Andy Warhol originelen zijn, geen reproducties.

Grafische technieken

Kenmerken van ambachtelijke grafische technieken zijn de oplage, de drukgangen en de drukvorm.

Oplage

De oplage kan klein zijn of groot, of zelfs maar uit één enkel exemplaar bestaan. In een oplage kunnen alle prenten exact gelijk zijn, maar dat hoeft niet.

Drukgangen

Het aantal drukgangen is ook niet vastgelegd, een prent kan in één laag zijn gedrukt of in vele lagen (drukgangen) over elkaar.

Van deze eigenschappen valt dus niet veel méér te zeggen dan dat in de aanvang de mogelijkheid bestaat tot het vervaardigen van een oplage in meerdere drukgangen.

Drukvorm

Om te kunnen drukken is een drukvorm nodig. Als diepdruk kennen we de gravure en de ets, waarbij de drukvorm van metaal is en de afbeelding uitgestoken is of met een zuur uitgebeten. De daarbij ontstane putjes en groeven worden met inkt gevuld dat onder hoge druk op papier geperst wordt. Bij hoogdruk wordt de inkt op de oppervlakte van de drukvorm uitgerold. Voorbeelden zijn hout- en linosnede, stempelen en de traditionele boekdruk met loden letters. Lithografie en offset zijn vlakdruk-technieken. Tenslotte kunnen we doordrukken maken met sjablonen, door middel van zeefdruk en met de stencilmachine.

Voor al deze druktechnieken is de drukvorm de basis. Zonder drukvorm is er geen prent. De drukvorm ís het origineel.

Tekening

Aan de basis van de drukvorm ligt de tekening.

Hans Kleinsman tekent ‘zonder handen’. Hij maakt tekeningen door met de computer beelden te genereren uit berekeningen. Die stuurt hij niet naar de printer, maar brengt hij direct over op papier met een ballpoint in een plotter, of met een vet litho-potlood op een grote lithosteen, waarna hij de steen afdrukt in meerdere drukgangen. Het resultaat is een beweeglijk, bijna onscherp aandoend beeld dat bestaat uit miljoenen stipjes rood, geel en blauw die in het oog van de beschouwer moeiteloos gemengd worden tot alle mogelijke tussentinten.

Erkenning heeft tijd nodig

In het verleden hebben alle druktechnieken op hun tijd de erkenning als kunstzinnig medium moeten bevechten. Want was de ets niet de goedkope namaak- gravure van de zeventiende eeuw? Was lithografie in de negentiende eeuw niet bij uitstek een medium voor reclame-affiches, evenals zeefdruk in de twintigste? Ook de fotografie vond men lange tijd van minder artistieke waarde, vergeleken met de schilderkunst. Foto’s zijn ‘slechts’ een weergave van de zichtbare werkelijkheid, terwijl schilderijen de expressie van de maker kunnen weergeven. Bovendien is een schilderij uniek en een foto reproduceerbaar.

Al in 1936 beschreef Walter Benjamin dit fenomeen in Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid.

Verzamelaars lieten de fotografie als kunstvorm nog lang links liggen. Inmiddels zijn op alle grote kunstbeurzen foto’s te koop van astronomische afmetingen voor dito prijzen.

Elk nieuw medium deelt deze geschiedenis.

Van wantrouwen en afwijzing van de gevestigde orde tot de omarming door een verse groep liefhebbers, die later rijpt tot een nieuwe gevestigde orde.

Het gereedschap van de kunstenaar

Plotten en printen zijn de nieuwe druktechnieken. De plotter veroverde de tekenkamer; de scanner, laser- en inkjetprinter veroveren het thuiskantoor en de hobbyruimte.

Kunstenaars maken natuurlijk ook gebruik van deze middelen en worden uitvinders van nieuwe toepassingen. Grafische kunstenaars gebruiken printer en plotter zoals ze vroeger de drukpers gebruikten. Ze gebruiken computersoftware zoals ze vroeger de tekenstift hanteerden of het burijn, of de zuurkast. De computer kan een atelier zijn, de programma’s een gereedschapskist voor kunstenaars.

Kunstenaars werken met hun zintuigen, hun hersenen en hun handen. Zien en voelen, denken en creëren. Hun specialiteit is de mogelijkheid de waarneming te verbeelden op zo’n manier dat wij, het publiek, verrast worden. Soms voelen we ons er ongemakkelijk bij, want het is niet vanzelfsprekend wat we zien. We hebben vragen en twijfels en ook bewondering voor de kracht van deze beelden. Met welke middelen ze ook zijn gemaakt.

Rest nog de vraag: kunnen we een print grafiek noemen?

Er is de mogelijkheid tot een oplage. Carrie maakt er (meestal) maar één. Toch is een heel grote oplage niet onmogelijk. Je kunt vinden dat een prent die in potentie een oneindige oplage heeft, geen grote waarde heeft, want niet schaars is. Dit heeft de computergrafiek gemeen met de fotografie. Maar hebben we het dan over artistieke of over economische waar(he)de(n)?

Er is geen fysieke tekening of drukvorm in de computer, je kunt hem niet vastpakken. De drukvorm is een in digitale code opgeslagen bestand en bestaat als zodanig. In de metadata van het bestand zijn de maker, de ontstaansgeschiedenis en het copyright opgeslagen en kunnen extra gegevens worden bewaard, zodat het artistiek eigendom vastgelegd is, ook al is het bestand op verschillende plaatsen te vinden.

Printers en plotters zijn grafische middelen, media. Ze kunnen niet zonder iemand die er iets mee doet. Zoals een marterharen penseel niet vanzelf tot een kunstwerk leidt, doet een goede printer of een plotter dat ook niet. Elke printer (en elke computer) heeft een kunstenaar nodig om er kunst uit te krijgen. Zoals een Hans Kleinsman, of een Carrie Meijer. In de prenten van Carrie zie ik monumentjes van evenwicht in kleur en vorm. Alleen Carrie kan ze zo maken. Het werk van Hans moet je ervaren: loop er eens naartoe, ga er met je neus bovenop staan en blijf kijken terwijl je weer een stap achteruit doet.

Kijk, geniet en stel vooral je vragen aan de makers.

Bekijk de tentoonstelling op de website van Kunstlokaal №8