Inspiratie cadeau!

inspiratie cadeau

Van een lieve vriendin kreeg ik een heel bijzonder verjaardagscadeau. Die verjaardag is al even geleden, het cadeau mocht ik afgelopen weekend ‘uitpakken’.

Vrijdag

Het begon met een veerboot. Daarna een kamer met prachtig uitzicht over de Waddenzee. Eigenlijk was dat al genoeg.

Maar het eiland wekt een verlangen op naar uitwaaien en zoute vlagen in je gezicht en licht en hoge luchten. Dus gingen we fietsen, tegen de wind in tegen de duinen op, langs het Groene Strand en het Donkere Bos. Daarna te voet langs Griltjesplak, over de zeereep het ruige strand op.

Terug bij de haven zochten we bescherming in het Wakend Oog met muntthee en warme broodjes.

Zaterdag

De volgende dag begon met een stralend blauwe hemel boven het drooggevallen wad. Het was windstil. Kort daarop veranderde het blauw in nevelig lichtgrijs. De windstilte bleef, zodat we zonder enige moeite over de waddendijk naar de Wierschuur fietsten, langs duizenden drukdoende vogels.

De hemel leefde, het wad leefde, het water leefde en alles riep. Ganzen, wulpen, scholeksters, strandlopertjes en allerlei vogels die ik niet ken.

De rust over de dijk, landinwaarts, was opvallend, met hier en daar het zingen van kleine vogels in de struiken.

Na een korte stop in het Heartbreak Hotel, dat geen hotel is maar een strandpaviljoen waar je heerlijke taart kunt eten,  zochten we het strand op. Het was inmiddels vloed. Op de grens tussen land en water kwamen groepen meeuwen bij elkaar, vlogen ineens massaal op en daalden even massaal verderop weer neer, als golven, maar met grotere interval.

Altijd weer is de vloedlijn anders. Deze keer lagen er een massa zee-egels, krabben, scheermessen, zeesterren en een enkel bosje wier met felgekleurd touw. Daartussen vond ik opvallend veel kleine dode platvissen, op hun gekleurde boven- of witte onderzijde. De meeuwen aten niet van de vissen. Waren ze al te lang dood? En hoe kwam het, dat ze stierven? Ze lagen zo mooi, zo teer stil.

Met rode wangen van de buitenlucht aten we later in het dorp garnalenkroketjes met de smaak van zee. Vanachter de zoute ruiten van de snelboot verdween het eiland snel achter ons. Het nagenieten begon al.

Ik kreeg niet alleen twee dagen wandelen en fietsen, maar vooral ook inspiratie cadeau. En het is waar: ervaringen krijgen is veel fijner dan spullen.

IJs, ijzer en kijkpret

Vrijdag 9 februari

Tussen de spoorlijn en de A28 bij Wolvega ligt een waterrijk driehoekje. Het is een beetje een vreemd gebied, dat wordt ontwikkeld voor recreatie. Ruig, lieflijk en urbaan tegelijk. Het lawaai van het verkeer en van treinen verstoort de stilte van het stijve riet in het ijs niet. Mannen in verwarmde graafmachines scheppen nieuwe natuur in de marge van de bebouwing, terwijl mensen met mutsen op langs de ijzeren rijplaten honden uitlaten.

Kijkpret langs de waterkant

Op het pad langs de Linde snijdt de wind in mijn gezicht. In de bocht is het water bevroren tot verstijfde golven en luchtbellen. De waterspiegel moet gedaald zijn, zodat het water in laagjes is vastgevroren. Het is koud, erg koud. Met de lopende tentoonstelling in Kunstlokaal №8 nog op het netvlies, kijk ik anders en vallen me nieuwe details, kijkhoeken en composities op. Ik keer om en met de wind in de rug nu heb ik alle rust voor kijken en fotograferen. De zon zet alles in een feestelijke gloed.

Zomaar een zomeravond in augustus

Geur

In lange banen lag het gras donkergroen te drogen op een helgroene ondergrond. Die geur van gemaaid gras, hoe omschrijf je die? Overal gromden de combines om het gras binnen te halen.

Achter de stal van een boerderij dook een rood frame op in de vorm van een huis. Ik fietste de weg af, de lage zon achter me, onder een poort van oude eiken.

Kap

Verderop zag ik grote machines achter de bomen. Of nee, waar waren de bomen!
Mijn fiets liet ik tegen het paaltje naast de greppel. De ingang van het natuurgebied zag eruit alsof er een ramp had plaatsgevonden. Een paar dagen geleden nog een idyllisch graspad, geflankeerd door bomen en struiken langs een ruig veld vol bloemen, was alles nu kaal, op enkele hoge stammen na. Uitgekleed, plat geragd.
Achter twee grote bosbouwvoertuigen doemde een lange heuvel op van houtsnippers. Er stegen rookpluimpjes uit op. Het broeide al. Twee jonge mannen in overall namen luid roepend trotse foto’s van de kaalslag en elkaar.

Het pad bleek aan alle kanten geblokkeerd met schrikdraad. Het voetgangershek was vastgezet. Ik kon er niet door. Daarom deed een van de mannen het hek voor me open en daarna weer dicht, toen reden ze samen weg met een vracht houtsnippers.

Aan het eind van de kaalslag was het pad ook afgesloten. Nadat ik de handgreep met het schrikdraad had losgemaakt en weer vast, wandelde ik rechtsaf langs de grove rijsporen van de boswerkers, die tot ver langs de bosrand voerden. ‘Maar het wordt vast heel mooi’, zei ik tegen mezelf, ‘over een jaar of drie’.

Pad

Waar het pad linksaf buigt en daarna rondom over de Pingoruïne voert, was de uitgang afgezet met roodwit plastic lint en de mededeling: “wegens wekzaamheden geen toegang”. Om de wandeling te vervolgen, werd een omweg voorgesteld. Ik stond aan de verkeerde kant van het lint en volgde een alternatieve route: het koeienpad langs de greppel tot aan een houtwal waar de zwarte oerrunderen altijd tegen de stammen schuren. Daar was alles nog als vanouds. In het gras zag ik plotseling overal Grote Parasolhoeden! Ik kon mijn geluk niet op!

Een mooie zomeravond

Op de terugweg liep ik door het bos naar het pad rond de plas. Vandaar naar de andere uitgang om de voorgestelde omweg te nemen terug naar mijn fiets. Een ree stond stil te grazen. Toen hij mijn camera hoorde ging hij ervandoor. De pinken in de wei kwamen op een holletje naar me toe en renden toen holderderbolder naar de boerderij. Achter de fruitbomen zong iemand. Het was een mooie zomeravond.

P1340454