Hoe een wassen beeld verloren gaat en in brons verandert

Bronsgieten op MIET-AIR

We gaan kijken bij het bronsgieten. Het bloemstuk van LindeStede en de Sint Franciscusschool  gaat vereeuwigd worden! Inmiddels is in de gipsen mal de was verbrand in de oven. Het bloemstuk bestaat dus niet meer. In de mal zit nu een ingewikkeld doolhof van holtes en kanalen, op de plaatsen waar eerst de was heeft gezeten. Wat er na het bronsgieten uit de mal zal komen, is nog een raadsel. Het kán mislukken.

Lees eerst wat vooraf ging.

De mal wordt voorbereid

Buiten onder het afdak wacht de gietkroes met brons in het vuur tot het heet genoeg is om te gaan gieten.
De grote mal van ons bloemstuk is heel zwaar. Met de heftruck tilt Loek hem voorzichtig uit de oven en rijdt hem naar de gietplaats. Daar moet al het gruis, dat in de mal gekomen is, er weer uit gezogen worden. Want waar gruis zit, kan geen brons komen.

Volle kroes, staat er op de bovenkant van de mal. Dat zou ongeveer 50 kilo brons moeten zijn. Dat is wel even wat zwaarder dan een volle gieter met 10 liter water!
In het grote gat in het midden zal het vloeibare brons gegoten worden, terwijl via de kleine gaatjes de lucht uit de holtes kan ontsnappen. Om de mal wordt plastic gewikkeld, om het risico op breken te verkleinen en het gietgat af te dichten tegen vuil.
Daarna wordt onze mal voorzichtig van de heftruck af geschoven en op een laag zand geplaatst, samen met enkele kleinere mallen, met ijzeren schotten eromheen. Ertussen komt ook zand, dat stevig wordt aangestampt. Ook al om het risico op breuk tijdens het gieten te beperken. Een flink aantal mensen helpt mee, ook hun werk zit in mallen die vandaag gegoten worden.

Het gieten kan beginnen

Voor het gieten moet je sterk zijn, want de kroes is zwaar, met 50 kilo vloeibare brons erin. De kroes gloeit, als hij met een tang uit het vuur wordt gehaald. Helemaal aan de overkant ruik ik het, en voel de warmte die het 1200 graden hete brons uitstraalt. Marcel krijgt beschermende kleding en na een korte instructie mag hij assisteren. Aan weerszijden houden Loek en een andere ervaren bronsgieter de gietkroes in evenwicht in een beugel aan lange stokken. Het brons lijkt vloeibaar vuur, als Loek de kroes kantelt en het brons rustig en precies in de mal giet. Zou het brons de weg weten in dat doolhof van holtes dat ons bloemstuk nu is, en alle ruimtes vullen?
Na onze mal is er nog wat brons in de kroes over voor de twee kleintjes. De grotere moeten wachten op de volgende gietbeurt. Het vloeibare brons koelt af van helder oranje naar rood en later naar groenig, en wordt hard. De mal straalt nog lang warmte uit.

Zou het gelukt zijn?

De volgende dag is het brons voldoende hard geworden om het beeld uit te kappen. Eerst wordt de buitenste laag gips eraf geklopt met de hamer. Omdat het bloemstuk te kwetsbaar is om er op te slaan, spuiten we de rest van de mal eraf met de hogedrukspuit.
Plotseling wordt er aan de buitenkant een bloem zichtbaar, en daarna zien we ze een voor een tevoorschijn komen. Het stuk brons dat het gietgat is geweest, kan er nu af worden gezaagd. De gietkanalen onder de onderplaat lijken wel boomwortels! Op sommige plaatsen zitten dunne bronzen tussenschotjes. Die zijn erin gekomen door kleine scheurtjes in de mal. Dat is normaal.

Het gips binnenin het beeld spoelt beetje bij beetje weg, tot er echt een bronzen bloemstuk tevoorschijn is gekomen! Bijna 50 kilo zwaar. Nat nog, met uitsteeksels waar het brons in de ontluchtingskanalen is gelopen. Maar wat is-ie mooi! Opgetogen vertrekken we, het beeld achterlatend voor de afwerking.